Inhoud beoordelingsrichtlijn

Deze beoordelingsrichtlijn is van toepassing voor:

  • Een producent van poederkoolvliegas (inclusief eventuele depots). Een producent kan zowel een elektriciteitscentrale dan wel een verwerkingsfabriek van poederkoolvliegas zijn.
  • Een overslagstation welke daarmee het recht verkrijgt om het onder KOMO-certificatiemerk toegeleverde poederkoolvliegas eveneens onder het KOMO-certificatiemerk op de markt te brengen.


Poederkoolvliegas is een fijn poeder verkregen bij de verbranding van gemalen steenkool met of zonder meestookmaterialen, dat puzzolane eigenschappen.

De af te geven kwaliteitsverklaring wordt aangeduid als KOMO® productcertificaat dan wel een KOMO® attest met productcertificaat.

Inhoudelijk is deze beoordelingsrichtlijn afgestemd op NEN-EN 450-1, NEN-EN 450-2, CUR-Aanbeveling 94 (2e uitgave) en de CUAP "Fly ash for concrete" (ETA request No 03.01/34).

Ten opzichte van de systematiek vastgelegd in NEN-EN 450-2 gelden aanvullende verplichtingen:

  • Verificatielaboratoria dienen deel te nemen aan een ringonderzoek waaruit moet blijken dat de resultaten van de kwaliteitscontrole voldoende betrouwbaar zijn.
  • Door de certificatie-instelling vinden externe controle plaats op de producent en het door hem geproduceerde poederkoolvliegas.


Resultaten die zijn verkregen in het kader van de beoordeling van de producent en de producten ten behoeve van de CE-markering van poederkoolvliegas kunnen mede gebruikt worden voor de beoordeling.Voor wie?

Producenten van poederkoolvliegas, betonmortel, betonproducten.

Wanneer is het nodig?

Voor het leveren van poederkoolvliegas met een KOMO® productcertificaat dan wel een KOMO® attest met productcertificaat.

Processtappen

Toelatingsonderzoek
Het toelatingsonderzoek wordt gestart na ontvangst van een schriftelijke aanvraag. Het toelatingsonderzoek bestaat uit een initiële beoordeling en monstername.

Initiële beoordeling van een productielocatie
Een team van de certificatie-instelling beoordeelt het bedrijf en het kwaliteitssysteem. Van te certificeren poederkoolvliegas(sen) zal tijdens de initiële beoordeling een monster worden getrokken en voor onderzoek worden aangeboden aan zowel het verificatielaboratorium als het bedrijfslaboratorium.

Afgifte van een certificaat met een geldigheidsduur van vier maanden
Nadat aangetoond is dat wordt voldaan aan de gestelde eisen zal een certificaat worden afgegeven met een geldigheidsduur van vier maanden. Direct na afgifte van dit certificaat, dan wel zoveel eerder als mogelijk, begint de controleperiode.

Stageperiode
Gedurende de stageperiode van drie maanden moet de producent de autocontrole uitvoeren volgens de bepalingen van de BRL. De minimale frequentie van monsterneming en onderzoek wordt gegeven in NEN-EN 450-1. In de stageperiode worden door de certificatie-instelling drie aanvullende monsters per te certificeren poederkoolvliegas genomen.

Afgifte certificaat
Indien na afloop van de controleperiode blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen en voorwaarden zal een certificaat worden afgegeven met een maximale geldigheidsduur van drie jaar. Verlenging van het certificaat met steeds maximaal drie jaar volgt automatisch indien bij voortduring uit de resultaten van de autocontrole en controles door de certificatie-instelling bij de producent blijkt dat aan de eisen wordt voldaan.

Audits en inspectiebezoeken
Eenmaal per jaar wordt een aangekondigde audit van het kwaliteitssysteem uitgevoerd en driemaal per jaar worden onaangekondigde inspectiebezoeken aan de productielocatie gebracht, waarbij onder meer worden gecontroleerd:

  • de procescontrole;
  • de interne kwaliteitscontrole;
  • laboratorium;
  • de procesbeheersing, waaronder de beoordeling van het meestoken.

Indien de producent gebruik maakt van opslag buiten de productielocatie (depot) zal dit depot en de bedrijfsvoering daarvan twee keer per jaar worden beoordeeld.

Uitbreiding van het aantal gecertificeerde poederkoolvliegassen
Indien een productielocatie reeds beschikt over het KOMO® certificaat dan wel KOMO® attest en een nieuw poederkoolvliegas ter certificatie aanbiedt, zal de certificatie- instelling bepalen of een aanvullende beoordeling van installaties en/of het laboratorium en het kwaliteitssysteem noodzakelijk is.