Deze BRL is van belang voor o.a. coatingfabrikanten, applicateurs, drinkwaterbedrijven


Closetpotten worden onderscheiden naar:

Waterverbruik:

  • Closetpot met een nominaal spoelvolume van 4 liter
  • Closetpot met een nominaal spoelvolume van 5 liter
  • Closetpot met een nominaal spoelvolume van 6 liter
  • Closetpot met een nominaal spoelvolume van 7 liter
  • Closetpot met een nominaal spoelvolume van 9 liter


De wijze van bevestiging:

  • Staande closetpot voor montage op de vloer.
  • Wandclosetpot voor montage aan de wand.


De inwendige vorm van de Closetpot:

  • Schotelclosetpot (ook wel vlakspoeler genoemd).
  • Trechterclosetpot (ook wel diepspoeler genoemd).

Er worden twee klassen onderscheiden:

  • klasse 1, die vooral bedoeld is voor het Europese continent;
  • klasse 2, die aansluit bij regelgeving, markteisen en toepassing in het Verenigd Koninkrijk.


In de Nederlandse regelgeving worden klasse en type van de closetpot op zich vrij gelaten, maar er is wel regelgeving voor binnenriolering. In het Bouwbesluit is NEN 3215+C1: 2014, “Gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen - Bepalingsmethoden voor de afvoercapaciteit, water- en luchtdichtheid en afstand van dak-uitmondingen”. In deze norm staat in 4.1.7:

Voor het goed functioneren van de gebouwriolering is een closetspoeling van minimaal 6 l vereist.

Ten tijde van de publicatie van deze uitgave is gebruik van een volledig spoelvolume kleiner dan 6 liter voor closetpotten daarom in Nederland niet toegestaan, tenzij is aangetoond dat een lager spoelvolume geen problemen veroorzaakt voor het aangesloten rioolstelsel.
Vanuit het Bouwbesluit zijn closet-spoelinrichtingen met een spoelvolume kleiner dan 6 liter alleen met een gelijkwaardigheidsverklaring toegestaan. Het Nederlandse rioolstelsel is niet berekend op een spoelvolume dat kleiner is dan 6 liter.
Zonder speciale maatregelen kunnen kleine volumes grote problemen met het afvoersysteem veroorzaken.


Het Kiwa Water Mark mag door certificaathouders worden gevoerd voor en op producten die in contact komen met drinkwater en voldoen aan alle eisen uit betreffende Kiwa-beoordelingsrichtlijnen.

In die beoordelingsrichtlijnen zijn alle eisen opgenomen die de markt en overheid stellen aan producten die in contact komen met drinkwater: zowel de private, functionele eisen als de publieke, hygiënische eisen. Het Kiwa Water Mark is daarmee hèt efficiënte middel voor verkoop en gebruik van deze producten op de Nederlandse markt: producenten en leveranciers hebben nog maar met één eisenpakket te maken en de gebruiker is in één keer ontzorgd en hoeft niet verder te kijken.

De processtappen voor het verkrijgen van het certificaat met Kiwa Water Mark zijn in het kort:

1. Aanvraag voor offerte indienen (zie aanvraagformulier aan rechterzijde);

2. Kiwa stelt op basis van de eisen in de beoordelingsrichtlijn een offerte op, 

die tegelijk conceptovereenkomst is;

3. Na wederzijdse ondertekening is de overeenkomst definitief;

4. Er wordt een toelatingsonderzoek uitgevoerd;

5. Na positief afronden van het toelatingsonderzoek wordt het certificaat verleend;

6. Het certificaat is geldig voor onbepaalde tijd;

7. Periodieke audits maken onderdeel uit van de overeenkomst.


Belangrijkste onderdelen van het toelatingsonderzoek uit stap 4) zijn:

a. productonderzoek
Door middel van een onderzoek, vaak uitgevoerd in ons eigen laboratorium, wordt vastgesteld of het product voldoet aan de eisen die zijn vermeld in de beoordelingsrichtlijn. Het productonderzoek heeft betrekking op functionele en gezondheidskundige aspecten, zoals duurzaamheid, maatvoering, materiaalsamenstelling;.

b. beoordeling productieproces, kwaliteitssysteem en IKB-schema
De beoordeling is erop gericht om vast te kunnen stellen of de leverancier in staat is om bij voortduring een product af te leveren dat aan de gestelde eisen voldoet. Tijdens deze beoordeling komen aspecten van het proces aan de orde die van invloed zijn op de kwaliteit van het product, zoals onder meer ingangscontrole, procescontrole en eindcontrole.

De periodieke audits uit stap 7) zijn bedoeld voor het onderhoud van het certificaat en certificatieschema. Het productieproces wordt daarbij geïnspecteerd om een gerechtvaardigd vertrouwen te behouden dat de onder certificaat geleverde producten blijven voldoen aan de eisen die in de beoordelingsrichtlijn zijn vermeld. Onderdeel van deze periodieke audits vormen functionele en gezondheidskundige beproevingen van de gecertificeerde producten.

De frequentie van de audits varieert van productgroep tot productgroep: over het algemeen van 1 tot 4 keer per jaar.

De voorwaarden van het certificatieproces liggen vast in het Reglement voor Productcertificatie en de Algemene voorwaarden van Kiwa voor het uitvoeren van opdrachten.