Kiwa VERIN verzorgt de certificatie van het Keurmerk Opvang. De audit hiervoor wordt uitgevoerd door een onafhankelijke controle-instantie. De formele keurmerkcriteria zijn compact (beperkt in aantal en omvang) en open (geen harde eisen aan hoe iets moet worden gedaan). Ze bestaan uit twee onderdelen: Doelvoorschriften en Open Normen, waaraan als derde deel nog de toelichting wordt toegevoegd.

Een dierenopvangcentrum (DOC) vult als eerste stap een self-assessment in. Dat is een uitgebreide vragenlijst, die ingaat op de doelvoorschriften en open normen van het keurmerk. Per open norm worden gemiddeld drie vragen gesteld. De auditor kijkt bij de beoordeling van het self-assessment of het aanvragende DOC op zijn locatie en in zijn manier van werken daadwerkelijk invulling geeft aan de doelvoorschriften en normen. De auditor maakt hierbij gebruik van een scoresysteem. Per antwoord worden punten toegekend. Komt de auditor een no-go-aspect tegen, stopt hier de procedure. Keurmerk Opvang werkt met de methode van Waarderend Onderzoek. Dat betekent dat er ook een punt toegekend wordt als men goed op weg is. Is de werkwijze buitengewoon goed dan krijgt men een extra punt. Deze zogenaamde “expert-punten” worden dan ook in het rapport apart vermeld en bij toekenning van het keurmerk mee gepubliceerd. Er moeten minimaal 70% van alle punten worden gehaald. Alleen dan wordt de aanvraag verder behandeld en ook een locatiebezoek ingepland. Het self-assessment is daarmee het belangrijkste onderdeel van de beoordeling. Tijdens een locatiebezoek worden drie tot vijf aandachtspunten, die de auditor uit het self-assessment heeft geselecteerd nader besproken. Een locatiebezoek biedt de gelegenheid om de uit het self-assessment verkregen algemene indruk te bevestigen. Uiteindelijk bepaalt het gehele beeld vanuit self-assessment, het klantonderzoek en het locatiebezoek of een DOC het Keurmerk Opvang krijgt.

Klik hier voor meer informatie en aanmelden voor het Keurmerk Opvang.