Woningbouwcorporaties, woningeigenaren, gemeenten, installateurs.

Bent u eigenaar of beheerder van woningen? Het is dan het belangrijk om te weten of de binneninstallaties voor water, (rook-) gas, electra, brand en ventilatie veilig zijn. Ook bij verhuur van de woning blijft u als eigenaar eindverantwoordelijk en direct aansprakelijk voor het onderhoud van de woning, inclusief de binneninstallaties. Om zekerheid te bieden heeft Kiwa, samen met marktpartijen, hiervoor een Veiligheidscertificering ontwikkeld. Die wordt afgegeven op basis van het voldoen aan de eisen uit de Beoordelingsrichtlijn "Veiligheidsbeoordeling van voorzieningen in gebouwen" (BRL-K14015/02 [A1]).

De voorzieningen binnen woongebouwen voor (rook)gas-, water-, ventilatie-, brand- en electrische installaties worden daarbij volgens checklisten, gebaseerd op de geldende veiligheidsnormen getoetst. Bij goedkeuring ontvangt u een Veiligheidsverklaring met bijbehorend VeiligheidsVignet.

De certificering voor de veiligheidsbeoordeling voor voorzieningen in woongebouwen bestaat uit de processtappen “Toelatingsonderzoek” en “Controles”.

Toelatingsonderzoek

Tijdens het toelatingsonderzoek voor het verkrijgen van het Kiwa-certificaat toetsen certificatie-deskundigen van Kiwa de organisatie aan de eisen die zijn gesteld in de beoordelingsrichtlijn BRL-K14015/02 [A1] “Veiligheidsbeoordeling van voorzieningen in gebouwen”.

Het gaat om beoordeling van:
- het veiligheidsbeoordelingsproces, inclusief beproevings- en meetmethoden;

- het kwaliteitssysteem en het IKB-schema;

- de aanwezigheid en het functioneren van de overige vereiste procedures.

Tevens zal een aantal praktijkbeoordelingen plaatsvinden van door de aanvrager uitgevoerde veiligheidsbeoordelingen.

Bij succesvolle afronding van het toelatingsonderzoek zal het certificaat worden verstrekt. In het certificaat wordt vermeld dat afgifte ervan mede is gebaseerd op (komende) regelmatige beoordelingen.

Controles

In het certificaat is vastgelegd dat Kiwa beoordelingen zal uitvoeren. Deze beoordelingen worden uitgevoerd om te verifiëren dat de processen blijvend voldoen aan de eisen in de BRL-K14015/02 [A1] en zo een gerechtvaardigd vertrouwen te behouden.