Controle van noodverlichting en veiligheidsverlichting

Bij de controle van uw noodverlichting gaan we na of de installatie doet wat ze moet doen op het moment dat de stroom uitvalt. De functionele werking en de autonomie controleren we jaarlijks; de luxmetingen volgens NBN EN 1838 gebeuren bij nieuwe installaties en daarna om de 5 jaar.
Frequentie Normen & Wetgeving Voor wie
Functionele werking en autonomie: jaarlijks. Luxmetingen volgens NBN EN 1838: bij de controle van nieuwe installaties en nadien om de 5 jaar.
NBN EN 1838
NBN EN 50172
Codex over het welzijn op het werk
KB Basisnormen
Specifieke sectorreglementering
Gebouwbeheerders, eigenaars en preventieadviseurs van kantoren, industrie, retail, zorg, onderwijs, horeca en publiek toegankelijke gebouwen.

Veiligheidsverlichting speelt een cruciale rol wanneer de normale stroomvoorziening uitvalt. Ze zorgt ervoor dat personen een gebouw veilig kunnen verlaten, obstakels kunnen herkennen en vluchtroutes kunnen volgen. In bepaalde zones met verhoogd risico helpt veiligheidsverlichting bovendien om installaties veilig buiten werking te stellen en gevaarlijke situaties te voorkomen.

Vinçotte ondersteunt gebouwbeheerders, eigenaars en preventieadviseurs met onafhankelijke controles van veiligheidsverlichtingsinstallaties. Tijdens onze inspecties beoordelen we onder andere de goede werking, de autonomie, de zichtbaarheid van vluchtwegen en, indien nodig, de lichtsterkte via luxmetingen. Zo krijgt u zekerheid dat uw installatie haar veiligheidsfunctie correct kan vervullen wanneer dit nodig is.

De luxmeting volgens NBN EN 1838 is een aparte opdracht: ze toont aan dat de vereiste lichtniveaus effectief gehaald worden en wordt om de 5 jaar herhaald. Plan die controle samen met uw keuring van de branddetectie of laat de volledige situatie doorlichten in een brandveiligheidsaudit.

Wat controleren we?

  • De aanwezigheid van veiligheidsverlichting op de vereiste locaties
  • De correcte werking van de armaturen
  • De zichtbaarheid van nooduitgangen en vluchtwegen
  • De autonomie van de installatie tijdens stroomuitval
  • De aansturing van centrale of decentrale systemen
  • De staat van batterijen en noodvoedingen
  • De identificatie van armaturen en het onderhoud van de installatie
  • Indien vereist: de luxmetingen volgens EN 1838