Testen van gevels op lucht- en waterdichtheid zonder testkast

Voor het bepalen van de lucht- en waterdichtheid van scheidingsconstructies is het vereist dat er een drukverschil over het te testen onderdeel wordt aangebracht. Om dit te realiseren wordt veelal aan de binnenzijde van de gevelconstructie een testkast geplaatst. Het maken van een testkast brengt hoge kosten met zich mee en kan bij bestaande bouw zorgen voor overlast en schade.

Kiwa BDA beschikt over apparatuur waarbij het niet meer nodig is een testkast te plaatsen. Het testen op lucht- en waterdichtheid wordt hierdoor eenvoudiger, goedkoper, flexibeler en geeft geen overlast voor bewoners wanneer er getest wordt in bestaande en/of bewoonde bouw.

Met de testapparatuur wordt de lucht- en waterdichtheid volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bepaald. Hierbij wordt de blowerdoortest uitgevoerd voor het bepalen van de luchtdoorlatendheid en wordt met dezelfde apparatuur een drukverschil over de gevel gerealiseerd volgens de NEN 2778. Hierbij kunnen toetsingsdrukken worden gerealiseerd tot 600Pa.

Luchtdoorlatendheidseisen volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Aan gebouwen worden luchtdoorlatendheidseisen gesteld. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst hiervoor naar de NEN 2686. Hierin wordt de meetmethode voor het bepalen van de luchtdoorlatendheid omschreven. Deze meetmethode wordt ook wel de blowerdoortest genoemd.

Door middel van een ventilator wordt een drukverschil over de gebouwschil tot stand gebracht. De ventilator wordt ingebouwd in een (deur)kozijn. Hierna worden in het gebouw over- en/of onderdrukken aangebracht volgens een vooringestelde cycli overeenkomstig de norm. Het luchtverlies wordt bij iedere stap gemeten.

Waterdichtheidseisen volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt voor de waterdichtheid van gebouwen verwezen naar de NEN 2778. Deze norm heeft betrekking op de inwendige en uitwendige scheidingsconstructies van gebouwen en geeft methoden weer voor de bepaling van de waterdichtheid, regenwerendheid, wateropname en de binnenoppervlaktetemperatuurfactor van bouwkundige constructies.

De waterdichtheid van de scheidingsconstructie kan worden bepaald door het aanbrengen van een drukverschil over het te testen onderdeel. Voor de vereiste toetsingsdrukken wordt verwezen naar de NEN 2778. Aan de buitenzijde wordt het testelement belast met een gelijkmatige waterfilm. De waterfilm wordt met een sproei-installatie conform NEN-EN 1027 op het testelement aangebracht. Voor aanvang van de test is het testelement vijftien minuten met een waterfilm belast. Daarna wordt het testelement onderworpen aan drukverschillen die in stappen van 50 Pa worden verhoogd, totdat de vereiste toetsingsdruk is bereikt. Iedere stap wordt vijf minuten aangehouden. Gedurende de gehele test wordt het testelement visueel gecontroleerd op waterlekkage.

Slechts één test noodzakelijk

Door deze nieuwe testmethode kan met slechts één test worden beoordeeld of woningen, appartementen, kleine kantoorgebouwen, etc. voldoen aan de lucht- en waterdichtheidseisen volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het maken van een dure testkast is niet meer nodig. Ook is de flexibiliteit voor opdrachtgevers sterk toegenomen. Op de testdag kan nog gewisseld worden van testlocatie zonder overlast en/of onnodige kosten.

Het testen van bestaande en bewoonde bouw wordt hierdoor veel eenvoudiger en geeft geen overlast voor de bewoners. Door het inbouwen van de apparatuur in een (deur)opening wordt de gehele woning de testkast. De apparatuur veroorzaakt geen schade aan het bewoonde appartement en de bewoners hebben geen overlast van een testkast in de woning. Het dure en tijdrovende op- en afbouwen in bewoonde bouw behoort hierdoor tot het verleden.