Inhoud beoordelingsrichtlijn

Deze beoordelingsrichtlijn beschrijft de certificatie van de civieltechnische eigenschappen voor AEC granulaat als toeslagmateriaal voor beton. Materialen gecertificeerd op basis van deze norm kunnen als vervanger van primaire materialen in betonmortel worden toegepast.

In deze BRL wordt onder AEC granulaat korrelvormige materialen verstaan die ontstaan uit bewerkte (breken, reinigen, zeven en eventueel wassen) AEC-bodemas.

De beoordeling van de milieuhygiënische eigenschappen (conform het Besluit bodemkwaliteit) valt niet onder deze beoordelingsrichtlijn. Deze valt onder BRL 2307.


Voor wie?

Producenten van AEC granulaten materialen, betonmortel en betonwaren.

Wanneer is het nodig?

Voor het leveren van AEC granulaat met KOMO® productcertificaat voor gebruik in betonmortel of betonwaren.

Processtappen

Aanvraag en toelatingsonderzoek
Op basis van een aanvraag door de producent start de certificatie-instelling het toelatingsonderzoek, bestaande uit een beoordeling van het productieproces en het bijhorende, in een kwaliteitshandboek vastgelegde kwaliteitssysteem. Een bedrijfsbezoek maakt onderdeel uit van het toelatingsonderzoek. Tevens wordt met de producent de ingangsdatum van de stageperiode vastgelegd.

Stageperiode
Tijdens de stageperiode wordt beoordeeld of de producent in staat is de vereiste controles uit te voeren en producten te leveren die aan de eisen voldoen. Gedurende deze periode wordt tevens van elke korrelgroep door of onder toezicht van de certificatie-instelling één monster getrokken. Deze monsters worden onderzocht, zowel door het laboratorium van de producent als door een onafhankelijk laboratorium.

Afgifte van een KOMO® productcertificaat
Een KOMO® productcertificaat wordt, na afronding van de stageperiode, afgegeven als uit het toelatingsonderzoek blijkt dat aan het gestelde in de beoordelingsrichtlijn wordt voldaan.

Controlebezoeken
Na afgifte van het certificaat worden er maximaal 6 controlebezoeken per jaar uitgevoerd, tijdens dewelke wordt beoordeeld of de producent en de door de producent vervaardigde producten bij voortduring aan de in de BRL genoemde eisen voldoen.