Inhoud beoordelingrichtlijn

Betonmortel of cementgebonden mortels zijn bedoeld om te worden toegepast als vormgegeven bouwstof. Alleen indien het materiaal niet duurzaam vormvast blijkt te zijn, wordt het onderzocht en toegepast als niet-vormgegeven bouwstof. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien zeer lage bindmiddelgehaltes worden toegepast in niet-genormeerde mortels.

Op basis van deze beoordelingsrichtlijn kunnen de volgende cementgebonden mortels worden gecertificeerd:

Betonmortel: een betonspecie samengesteld en gemengd in een betonmortelcentrale, gereed voor verwerking op de bouwplaats, waarbij de volgende situaties worden onderscheiden:

1. Betonmortel, stationaire installatie: stortklaar transportbeton, geproduceerd in een statio-naire installatie.

2. Betonmortel, mobiele installatie: stortklaar transportbeton, geproduceerd in een verplaats-bare installatie.

3. Betonmortel, verrijdbare betoninstallatie: stortklaar transportbeton, geproduceerd op het werk in een verrijdbare installatie.

Fabrieksmatig vervaardigde natte mortel: een cementgebonden mortel samengesteld en gemengd in een fabriek, gereed voor gebruik op de bouwplaats;

Fabrieksmatig vervaardigde droge mortel: een cementgebonden mortel samengesteld en droog gemengd in een fabriek, op de bouwplaats gemengd met water volgens verwerkingsvoorschrift van de fabrikant;

Semi-fabrieksmatig vervaardigde mortel: een cementgebonden mortel, waarbij de grondstoffen in een fabriek in een meerkamersilo worden opgeslagen, op de bouwplaats gedoseerd en gemengd met water.

Naast de eisen de in deze beoordelingsrichtlijn BRL 9338 zijn vastgelegd zijn voor bovengenoemde producten ook privaatrechtelijke (KOMO) eisen van toepassing, zie hiervoor de volgende beoordelingsrichtlijnen:

- BRL 1801 Betonmortel

- BRL 1904 Cementgebonden mortels

- BRL 1905 Mortels voor metselwerk

Nieuwe NL-BSB-certificaten per 1 maart 2017:
Per 1 februari 2017 is de gewijzigde versie van BRL 9338 d.d. 17-06-2016 opgenomen in de wettelijke Regeling bodemkwaliteit. Alle NL-BSB-certificaten zijn hierop aangepast, dit is per 1 maart 2017 doorgevoerd.
De certificaathouder dient zelf zorg te dragen dat het nieuwe NL-BSB-certificaat erkend wordt door bij Bodemplus een erkenning aan te vragen.

NL-BSB certificaat Mortels voor Metselwerk:
Gelijktijdig met de uitgifte van het NL-BSB certificaat vervalt, indien van toepassing, het certificaat xxx-16-BBK.M; dit betreft het NL-BSB certificaat dat op basis van BRL 1905 Mortels voor Metselwerk was afgegeven. Met het nieuwe certificaat xxx-16-BBK op basis van BRL 9338 wordt de milieu-hygiënische kwaliteit van alle mortels per certificaathouder afgedekt.

Voor wie?

  • Producenten van betonmortel; betoncentrales, aannemers, bouw en woning toezicht en adviesbureau’s.
  • Producenten van overige cementgebonden mortels, zoals reparatiemortels, vloermortel, mortels voor metselwerk, krimparme mortels etc.

Wanneer is het nodig?

  • Wanneer een producent van cementgebonden mortels wil aantonen dat het aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit voldoet.
  • Als een NL-BSB® productcertificaat wordt gewenst.

Processtappen

Aanvraag en toelatingsonderzoek

De certificatie-instelling start het toelatingsonderzoek op basis van een aanvraag door een producent via het hiernaast vermelde aanvraagformulier. Dit wordt uitgevoerd per productielocatie.

Het toelatingsonderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:

1. Beoordeling van het kwaliteitssysteem van de producent:

de certificatie-instelling verifieert of het kwaliteitssysteem voldoet aan de beoordelingsrichtlijn gestelde eisen en beoordeelt de doeltreffendheid en juiste toepassing;

2. Beoordeling van het product met betrekking tot de producteis gesteld waarbij onderscheid wordt gemaakt in N-bouwstof en V-bouwstof.

Afgifte van een NL-BSB® productcertificaat
Na de beoordeling met positief resultaat wordt een definitief NL-BSB® productcertificaat afgegeven.

Controlebezoeken
Na afgifte van het certificaat worden 2 tot 5 controlebezoeken per jaar uitgevoerd. Dit is afhankelijk van het gevonden onderzoeksresultaat. Hierbij wordt beoordeeld of de producent en de door de producent vervaardigde producten bij voortduring aan de in de BRL genoemde eisen voldoen. De controlebezoeken kunnen worden gecombineerd met (KOMO) bezoeken conform BRL 1801, BRL 1904 en/of BRL 1905.